Dierendag 4 oktober 2018

Van alle nationale en internationale dagen vond ik als kind dierendag één van de leukste. Niet omdat ik zelf een huisdier had, maar ik hou al sinds ik kan kruipen heel erg van dieren, dus het zal ‘m misschien vooral aan het idee erachter gelegen hebben. Het was wat behelpen met dierenliefde tonen zonder eigen huisdieren. Gelukkig woonde er in de straat een ouder echtpaar met een herdershond die ik altijd mocht komen knuffelen, dierendag of niet.

Huisdieren

Inmiddels heb ik al jaren huisdieren. Tegenwoordig omvat dat begrip maar liefst drie katten. In het verleden is er echter van alles voorbij gekomen in mijn huishouden: honden, parkieten, een getalenteerde zangkanarie, goudvissen, tropische vissen, kikkers, waterslakken, diverse konijnen, een hamster, een tam muisje en nog andere katten.

Dan waren er nog de ongevraagde huisdieren: ratten, huismuizen, spitsmuizen, marters, vleermuizen en ander ongedierte, welke ik vanwege die noemer “ongedierte” nooit extra heb verwend met dierendag. Eigenlijk de meer welkome dieren ook niet echt, als je het vergelijkt met een normale dag. Hier is het iedere dag dierendag: ze krijgen altijd wel een aaitje, knuffeltje en extra lekker voer. Geen dierendagverwennerij dus, maar ik heb ze wel getrakteerd op een fotoshoot, zodat ik ze op deze “speciale dag” in het zonnetje kan zetten.

 

Kattenvrouwtje

Koning Henkie

Ooit liet ik me afschrikken door zo’n eigenzinnige blik

Heel vroeger had ik niks met katten en katten vooral ook niks met mij. Ik was een overtuigd hondenliefhebster en aaide alles met een vacht wat hijgde en kwispelde. Ik liet menig hondenbaasje verbaasd toekijken hoe ik hun hond met diepgewortelde kindangst gewoon kon benaderen zonder van grommend repliek gediend te worden.

Aan die carrière van hondenfluisteraar kwam bruut een eind toen ik in een Nijmeegse groentewinkel werd gebeten door een hond die zijn taak als bewaker wel erg serieus nam. Ik schrok uiteindelijk nog meer van de eigenaresse die mij harder afblafte dan haar lieftallige poedel; al met al was het een traumawaardig tafereeltje.

Toch had ik nog steeds meer met honden dan met poezen, ik vond de gemiddelde katachtige maar egocentrisch en narcistisch, al dacht ik op die leeftijd nog niet in die termen. Toen ik wel bekend was met die begrippen hield ik nog steeds niet van katten. De ommekeer kwam pas op volwassen leeftijd, toen er een keer een kat aan kwam wandelen die mij tegen alle verwachtingen in lief vond. Ze ging ook niet meer weg. En zie wat er van is gekomen: langzaam ben ik getransformeerd tot kattenvrouwtje.

 

Drie katten, drie karakters

Niet dat ik honden niet meer leuk vind, maar momenteel passen katten beter in mijn leven dan honden. Het is ook niet zo dat mijn huis een waar kattenparadijs is, zoals een kattenvrouwtje betaamt. Geen torenhoge krabpalen, kattenzetels en hindernisbanen langs muren en plafond. Maar ik vind katten wel echt leuk. Wat ik vroeger niet zag, maar nu wel: katten zijn soms net mensen, met eigen karakters en gewoontes, maar dan pluiziger. Een voordeel van katten ten opzichte van mensen is dat ze letterlijk en figuurlijk minder ruimte innemen. Zoals gezegd: mijn huishouden telt er drie. Drie katten, met drie totaal eigen karakters. Ze verdienen dan ook ieder een eigen alinea.

 

Henkie, de kater

Henkie

Henkie, de oudste van het stel

De oudste van het stel is Henkie. Henkie is een Europese korthaar met een cypers vachtje in het zogeheten makreelpatroon. Er bestaat volgens mij geen kat zoals hij. We krijgen met grote regelmaat opmerkingen over zijn weinig subtiele stemgeluid, hij klinkt soms alsof hij zijn leven slijt met het drinken van whisky en het roken van zware shag. Gelukkig kent hij ook zachtere stemvariaties, wat doorgaans betekent dat hij tevreden is met de situatie waarin hij verkeert.

Hij kan deuren openen, “hallo” zeggen en allerlei opdrachten uitvoeren. Hij dient nogal eens als wekker, wat niet altijd even handig is. Met zijn (bijna) 12 jaar is hij al wel bejaard te noemen, pensioengerechtigde leeftijd als het ware.

Dat pensioen nam hij onlangs erg serieus, toen hij besloot om even op vakantie te gaan. Niks voor Henkie, die altijd goed in de buurt blijft. Gelukkig vonden wij hem na vier dagen roepen, rondvragen, adverteren en zoektochten weer terug in een verderop gelegen wijk. Achteraf bezien denken we dat hij is aangereden, of heeft gevochten en op de vlucht is geslagen om vervolgens de drukke weg niet meer over te durven steken. Aan dit avontuur heeft Henkie een tamelijk geknikt en verkreukeld staartje overgehouden.

Henkie op zijn troon

Henkie op zijn eigen troon

 

Hunter, de poes

Hunter de rode poes

Hunter, één van de twee zusjes

Verfomfaaide staartjes, daar zijn we al mee bekend. Onze rode cyperse kater, die later een poes bleek te zijn, is met een gebroken staartje in ons leven gekomen. We hebben haar opgehaald bij een ietwat dubieuze boerderij, waar de eigenaar duidelijk van het poezennest af wilde. Omdat we niet konden kiezen en de kittens er enigszins verwaarloosd bij liepen, hebben we haar zusje ook maar meegenomen.

Hunter is zonder twijfel de meest zachtaardige van het drietal. Je kunt alles met haar doen zonder dat dat geblaas of een kattenkrab oplevert. Ze is dan ook de enige die zich door kinderen laat optillen. Deze dame vindt het heerlijk als je over haar buikje aait en laat ook graag weten dat je dat even moet doen. Ze is een ster in uitbreken en ontsnappen, waardoor ze door het leven gaat met de bijnaam “Houdini”.

Eigenlijk is Hunter van mijn dochter die inmiddels met haar vriend samenwoont op de bovenste verdieping van een appartementencomplex. Geen plek voor een kat, dus is besloten dat ze niet van haar poezenzusje wordt gescheiden.

Slapende Hunter

Kattenhobby nummer 1: slapen

Chouffe, de andere poes

Chouffe de poes

Chouffe, de lapjespoes

Chouffe dankt haar naam aan een favoriet biermerk en doet deze naam eer aan: onstuimig, met karakter, maar zo aangenaam. Ze lijkt in niets op haar roodharige zusje. Qua uiterlijk niet: het is een lapjeskat met een witte basis, maar ook qua innerlijk niet. Zelfs liefdevol aaien kan soms al een venijnige beet of krab opleveren.

Inmiddels zijn Hunter en Chouffe al ruim drie jaar oud en Chouffe is iets volwassener en toleranter in haar gedrag geworden. Ze is inmiddels zelfs getransformeerd tot schootkatje. Niet dat je zomaar alles met haar kunt doen, maar ze is een stuk rustiger geworden.

Net als haar zusje heeft ze sinds we haar voor het eerst zagen op de boerderij af en toe vieze oogjes: bruin traanvocht. Zalf van de dierenarts werkt maar even, het komt steeds weer terug. Mocht iemand de oplossing weten, een reactie daarover onder dit blog is welkom.

Chouffe bij het raam

Vroeger was ze graag buiten, sinds de verhuizing kijkt ze vooral naar buiten

Katten fotograferen

Dieren in het algemeen zijn altijd leuk om voor de lens te hebben. Maar het is ook een lastig onderwerp, net als kinderen. Katten luisteren in de regel niet zo naar commando’s als “zit”, of “lig”, dus je moet een beetje geluk hebben dat ze zich zo positioneren dat de lichtval goed is en ze ook nog stil blijven poseren. Dat geluk heb ik zelden, maar dat is op te vangen door vooral heel erg veel foto’s te schieten. Ik gebruik zelf een zoomlens, zodat ik afstand kan houden. Nadeel van sterk inzoomen is dat met een kleine beweging al een stukje oor of poot op de foto mist.

Indoorfotografie

Een ander nadeel van kattenfotografie is dat het vaak binnenshuis is. Indoorfotografie vereist een beetje extra aandacht aan de instellingen. Een flits gebruiken kan, maar is niet diervriendelijk en bovendien ook niet mooi. Ik fotografeer zonder en dat vraagt dan weer om een iets langere sluitertijd, wat bewegingsonscherpte oplevert. Een en ander is dan wel weer op te vangen met een iets hogere ISOwaarde, maar een te hoge ISO kan weer ruis geven op je foto.

Laag diafragma

Kattenpootje

De focus op een pootje

Om die reden hou ik mijn diafragma zo laag mogelijk. Dat zorgt er wel voor dat de omgeving onscherp wordt, maar in het geval van kattenfotografie is de omgeving meestal niet belangrijk of zelfs storend, dus maakt het niet uit. Met een diafragma van f/4 en een ISO van 800 lukt het toch een sluitertijd van 1/125 of zelfs nog iets korter te hanteren.

Ik leg graag de focus op de ogen, maar met zo’n klein diafragma wordt al snel een oor of snuitje minder scherp. Dat is een persoonlijke keuze. Ook leuk is het vastleggen van alleen een pootje, of neusje bijvoorbeeld, dan heb je dat probleem niet.

Het enige wat je uiteindelijk nog nodig hebt voor een geslaagde foto is de medewerking van je huisdier en dat kan soms iets teveel gevraagd zijn.

Buitenfoto Henkie

Als bovenstaande tips geen goed resultaat opleveren, dan is buitenfotografie natuurlijk altijd nog een optie, mits je kat naar buiten mag

One comment on “Dierendag 4 oktober 2018”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *