Compassie
Leestijd: 6 minuten
Het voordeel van veel leuk vinden, is dat ik me nooit verveel. Bijkomend minpuntje is dat er net iets te weinig uren in een dag lijken te zitten. In de zomermaanden stop ik veel vrije tijd in de tuin. In de winter is er meer gelegenheid om me op andere hobby’s te richten. Althans, dat denk ik dan.
Aan hobby’s geen tekort: tekenen, schilderen, schrijven, uitgebreider koken, lezen, films/series kijken, wandelen, al dan niet gecombineerd met luisterboeken/muziek/podcasts luisteren. De lijst is eindeloos en biedt genoeg variatie. In de praktijk word ik echter meestal volledig opgeslokt door één hiervan, waardoor er geen tijd meer overblijft voor de rest.
Voornemen versus realiteit
Het voornemen was om frequenter blogs te gaan schrijven. In ieder geval vaker dan het huidige gemiddelde van een keer per maand. Ik word ontzettend blij van schrijven en beleef ook plezier aan de research eromheen. Een echte doelgroep heb ik niet eens en het aantal lezers per blog komt amper boven de 100 uit. Toch heeft het schrijven van blogs hoge prioriteit op mijn vrijetijdsbestedingslijst. En zie hier het resultaat van mijn voornemen: januari 2026 is bijna blogloos verstreken. Daarvoor in de plaats heb ik veel geëxperimenteerd met mixed media. Ook leuk natuurlijk: ik beleef minstens zoveel plezier aan dergelijke creatieve uitspattingen.
Vroeger was ik best streng voor mezelf: ik wilde alle ballen hoog houden en al mijn plannen waarmaken. Mijn huis netjes en sfeervol, wasgoed altijd fris en gestreken de kast in, verantwoorde maaltijden, mijn eigen inkomsten, genoeg tijd voor hobby’s en zelfontwikkeling en tussen de bedrijven door ook nog een geduldige, gezellige, perfecte moeder zijn. Wat tot mijn grote frustratie nooit lukte. Tegenwoordig ben ik milder: ik neem genoegen met (veel) minder. Moeten is getransformeerd naar mogen, streven naar kunnen en gerichte doelen naar mogelijke opties. Het hoeft allemaal niet zo strikt, strak en streng. En dat is precies waarover ik al heel lang een blog wil schrijven: (zelf)compassie.
Wat is compassie?
Het woord compassie is vaker opgedoken in mijn blogs. Dat is niet voor niets. Van alles wat ik in de afgelopen jaren heb geleerd, is ‘compassie’ het best blijven hangen. Het is het sleutelwoord naar een fijner leven. Met in de kantlijn de opmerking dat zelfcompassie nog lastiger is dan compassie voor anderen.
(Zelf)Compassie is niet hetzelfde als (zelf)medelijden. Het betekent ook niet dat je alles leuk en goed moet vinden aan jezelf of een ander. Compassie is een vorm van inzicht en begrip, die je er vanzelf van weerhoudt te (ver)oordelen. Het ontstaat op het moment dat je gaat kijken wat er daadwerkelijk gebeurt; dat bepaald gedrag alleen een logisch gevolg is van een evenzo logische oorzaak.
Compassie is geen handeling
Compassie is ook niet iets wat je van de een op de andere dag kunt leren door te oefenen. Het is geen morele handeling uit een soort mededogen, omdat je op een dag besloten hebt begripvol te zijn. Compassie kun je niet ‘doen’. Het is dat wat verschijnt als je alle gedachten eromheen loslaat en alleen nog ziet wat er overblijft: een oordeelvrije situatie met een eigen geschiedenis.
Dat je compassie niet kunt uitvoeren als een goede daad, heeft alles met onze natuurlijke aard te maken. Wij vormen immers de hele dag door oordelen over situaties, die op hun beurt weer keuzes laten ontstaan (wat overigens niet wil zeggen dat vrije wil wél bestaat). Die oordelen zijn vaak nuttig: het zorgt ervoor dat je vooral smakelijk eten in je mond stopt, kleding draagt die warm genoeg is, of dat je veilig oversteekt. Bijkomstig is dat we ook snel oordelen vormen over onszelf of anderen: “dit had ik beter kunnen doen”, “hij is egoïstisch”, “ze doet veel te gestrest”. Het neigt zelfs (vaak onbewust) naar veroordelen.
Niet veroordelen is knap lastig
Dergelijke veroordelingen zijn een stuk minder nuttig. Dat het echter niet meevalt om niet te (ver)oordelen, ondervond ik vanochtend nog. Op Instagram volg ik een groep boeddhistische monniken en hun hond. Zij maken (gedeeltelijk blootsvoets) een voettocht door Amerika, met een vredesmissie. Ook de barre kou met sneeuw die Amerika nu in zijn greep heeft, wordt getrotseerd (maar dan wel met laarzen aan). Dit alles met het doel om aandacht te geven aan het belang van vreedzaam met elkaar omgaan.

In een van de vele filmpjes viel het me op dat omstanders vooral bezig waren met filmen via hun mobiel en niet met het verwelkomen van de monniken. Begrijpelijk dat je zo’n unieke situatie wilt vastleggen, maar dit kwam wel een klein beetje opdringerig en ongepast over. Aldus mijn gedachten. Ik was niet de enige, zo zag ik in de reacties. Er was echter één (Engelstalige) reactie die me speciaal bijbleef. De exacte woorden weet ik niet meer, maar het had deze strekking: “Oordeel niet over die mensen die druk zijn met hun mobiel, iedereen heeft zijn eigen reis”.
Geen schuld, geen oordeel
Het mooiste voorbeeld van veroordelen kwam meteen erna, in de vorm van zelfkritiek. Ik wist dat die persoon gelijk had. “Wie ben ik om hen te veroordelen?” Mijn hoofd viel even stil, omdat ik geen antwoord had op die vraag. In die stilte, kwam een ander besef: “Ik hoef mezelf ook niet te veroordelen om mijn oordeel”. Wat de dames in het Instagram-filmpje deden, was immers slechts een spiegel van mijn eigen gedrag die vervolgens een gedachte ontlokte. Monniken zie je niet iedere dag; als ik zelf iets ongewoons doe of zie, maak ik ook een foto. Het is logisch.
Ik ben nog maar een paar maanden gestopt met op mijn mobiel kijken in het OV. Ik heb herontdekt hoe leuk het is om naar buiten te kijken, of naar medepassagiers. Dit nadat ik me bewust werd van het gemis aan reisbeleving en zodoende het ingesleten patroon van nutteloos scrollen kon doorbreken. Het was geen keuze, het besef was er gewoon ineens, daar heb ik niets voor gedaan. Zoals ik ook niets deed voor mijn eigen oordeel of de compassie die later volgde; het kwam zomaar op.
En zo was het voor de toeschouwers ook geen keuze om hun mobiel te pakken en te gaan filmen; er is geen sprake van schuld. We handelen volgens patronen en gewoontes: onze ‘programmering’. Een programmering die niet wordt doorbroken zonder de gedachte die daartoe aanstuurt. En wie beheerst zijn eigen gedachten?

