Biechtblog

De tijd van principes en standpunten ligt al jaren achter mij. In vroeger tijden had ik nog wel eens een ongezouten mening, die verder reikte dan “dat is mooi/lelijk/lekker/minder appetijtelijk”. Het waren op zich best helder onderbouwde visies, gedragen door stevige fundamenten, die zich niet snel omver lieten blazen. In een nog eerder stadium van mijn persoonlijke ontwikkeling, liet ik die mening graag horen in de vorm van vreedzame discussies, al dan niet in de vorm van bits en bytes.

Met name die online conversaties, in dat tijdperk nog via inbelinternet tot stand gebracht, gaven mij voldoening. Ik zal het maar eerlijk bekennen: ik schepte er genoegen in om gelijk te krijgen. Met als ultieme beloning dat mijn reactie gequoot werd, gevolgd door een welgemeend ‘amen’ van medestanders. Het bezorgde me in mijn prille, jongvolwassen jaren trots en zelfgenoegzaamheid waar ik nu met terugwerkende gêne op terugkijk.

Digitale lichaamsdelen en virtuele bedreigingen

Die weinig charmante eigenschap heb ik laten varen. Ik trok mij geleidelijk terug van fora en werd, met het grimmiger worden van de online conversaties, zelf steeds passiever. Waar men vroeger nog beleefd en respectvol op elkaar reageerde, transformeerden leerzame discussies in complete virtuele oorlogen. De ontwikkeling dat men anoniem met allerhande digitale lichaamsdelen, ziektes en virtuele bedreigingen kan gooien, heb ik nooit begrepen.

Er brak een tijdperk aan waarin ik eindelijk inzag dat ik niet overal een mening over hoefde te hebben. Dat moment kwam tegelijk met mijn toenemende vergeetachtigheid. Mijn leven werd steeds drukker en chaotischer, waardoor ik begon te vergeten wat ik nou precies van iets vond. Een vreemde gewaarwording. Mijn mening veranderde als ik een stapje opzij deed en iets van een andere kant bekeek. Hoewel ik nooit principieel ben geweest, voelde het steeds vaker als een bevrijding nergens meer iets van te vinden, of meningen bij te kunnen stellen.

En dan nu de volgende bekentenis

Een lang, maar niet geheel nutteloos intro, om mijn volgende zonde op te kunnen biechten: ik heb een soort van per ongeluk een bontjas gekocht. Een echte. Dat kan toch niet?

Inderdaad. Dat kan niet!

Er zijn geen excuses om dit goed te praten, maar toch voel ik de behoefte mijn aankoop toe te lichten.

Ik heb een bontjas gekocht

Het verhaal achter De Jas

Het begon allemaal in een leuk winkeltje in Lelystad. Een soort concept store, waarbij je een plank of stuk ruimte kunt huren voor de verkoop van je eigen spullen: nieuw, handgemaakt, of tweedehands. Wij komen er vooral vanwege het ruime aanbod aan nieuwe en tweedehands elpees, en ik vind het ook leuk om tussen de vintage kleding en meubeltjes te gluren. Het aanbod is net iets unieker en ‘hipper’ dan in een standaard kringloopwinkel.

De laatste keer dat ik er was, struinde ik wederom tussen de rekken vintage kleding. Ik hou van hergebruik. Niet alleen omdat je voor weinig geld iets origineels kunt kopen, maar vooral omdat het duurzaam is. Mijn oog viel al snel op een rek met bijzondere winterjassen en specifiek op een bontjas die keihard mijn naam riep. Ik ging er in mijn naïviteit vanuit dat het kunstbont was – waar vind je tegenwoordig nog écht bont? De prijs (20 euro) was er ook naar, dus ik trok hem aan om te passen.

Kunst of toch echt bont?

De jas zat als gegoten, eentje om nooit meer uit te trekken. Hij was op zich wel wat zwaar voor een nepbontje, maar de jas was dan ook goed gevoerd. Ik rook eraan om te kijken of het niet toch écht bont was, maar het rook zoals alle tweedehands kleding ruikt: zoetig en muf. Een odeur die in iedere kringloopzaak hangt en waarvan ik eigenlijk niet wil weten uit welke geurmoleculen het is samengesteld. Ik pluisde intussen de haartjes uit elkaar en zag een soort garen, waaruit ik de conclusie trok dat het de geweven ondergrond was van kunstbont.

Dat ziet er nep uit, dacht ik

Inmiddels kwam een verkoopster ons zenuwachtig vertellen dat we snel-snel moesten afrekenen en vertrekken. Dit omdat er pal voor de winkel een steekpartij had plaatsgevonden en de politie sporenonderzoek wilde doen. Een zeker nu-of-nooit-gevoel maakte zich van mij meester. Als er al enige twijfel was om de jas terug te hangen, dan had ik echt geen tijd meer om me te bedenken, dus ik rekende af.

Verdacht warm

Meteen de volgende dag deed ik de jas aan. Zo op de fiets in de gure herfstwind bedacht ik dat de jas wel erg verdacht warm is. Zo’n comfortabele jas heb ik nog nooit gehad. Eenmaal thuis bekeek ik het materiaal nog eens goed bij daglicht. Hmmm. Dat leek eigenlijk toch best wél echt. Het garen wat ik in het schemerige winkeltje had aangezien voor geweven stof was draad om lapjes bont bij elkaar te houden.

Enig onderzoek op internet leerde mij dat ik inderdaad een echte bontjas had gekocht. Oef… ai ai ai. Ik als dierenvriend, duurzaam denker en doener, bewust en biologisch flexitariër, heb een bontjas. Waar waarschijnlijk tientallen schattige nertsjes voor zijn vergast. Nu ben ik niet meer zo blij met mijn jas. Maar wat nu?

Ja, wat nu?

Weggooien is zinloos, doorverkopen hypocriet. Daarbij zijn die nertsen niet gestorven door mijn toedoen, omdat ik die jas in opdracht heb laten maken. Sterker nog, ik zorg er met tweedehands gebruik voor dat ze in ieder geval niet voor niets het leven hebben gelaten. Nog een pluspunt: bont is één van de meest duurzame stoffen; een bontjas kan generatieslang meegaan.

Toch voelt het allemaal niet zo nobel. Immers, er staat nergens in de jas waar de jas is geproduceerd. Sterker nog, er zit helemaal geen label in de jas, wat op zijn minst verdacht is. In Nederland hebben nertsen naar het schijnt een relatief goed leven en worden ze diervriendelijk behandeld. Dat is in sommige andere landen wel anders.

Had ik nu maar een mening

Tegenstanders van bont zullen waarschijnlijk geen onderscheid maken tussen tweedehands en nieuw. Velen vinden bijvoorbeeld ook dat kunstbont niet meer kan, omdat je daarmee bont toch populair maakt. Ik weet niet of ik het daar mee eens ben. Hoe dan ook: er zijn nog wel meer redenen te bedenken waarom een tweedehands bontjas juist wel of niet kan, feit blijft dat ik er niet meer zo blij mee ben.

Mijn karma is ernstig aangetast: duurzaam of niet, ik draag dierenvelletjes. Nu vind ik het heel lastig dat ik niet meer echt een mening heb. Vind ik het nou goed en duurzaam om een tweedehands bontjas te hebben, of kan iets van dood dier gewoon echt niet? Ga ik de jas houden en met schuldgevoel dragen of toch met een ander soort schuldgevoel wegdoen? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik nog nooit eerder zo’n warme, lekker zittende winterjas heb gehad.

Bont
De warmste jas ooit

4 comments on “Biechtblog”

  1. Ximaar schreef:

    Je kan je ook afvragen of je er wel mee de straat op durft. Op z’n minst kan het een reputatieverknaller zijn en anders wordt je mogelijk aangevallen door iemand die nog een zeer pertinente mening heeft.

    1. Yukiko schreef:

      Om mijn reputatie maak ik me al tijden niet meer druk, mensen denken al snel iets wat maar zelden klopt. Maar doordravende dierenactivisten zijn inderdaad wel een risico.

  2. mack schreef:

    Ik vind het wel charmant, die bontjas, maar ook dat geen mening hebben. Eigenlijk kun jij toch weinig kwaad doen.

  3. Dhyan schreef:

    Ik ben ook ooit eens van m’n geloof afgevallen. Nooit spijt van gehad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *