Wie ben ik

Leestijd: 6 minuten

In onze spellenkast staat een spel dat de meesten van ons vast wel kennen: ‘Wie ben ik’. Aan de hand van een aantal gesloten vragen kom je er van elkaar achter wie je bent. “Ben ik een man?” “Heb ik bruin haar?” etc.

Wij hebben het in de vorm van een soort kaartspel waarbij het enkel om gelaatskenmerken gaat, maar je kunt het ook spelen met een soort memobriefjes die je op je voorhoofd bevestigt, waarbij je bijvoorbeeld beroemdheden moet raden, of zelfs voorwerpen. Best vermakelijk op zich. Toch is de vraag, los van het spel, best interessant. Wie ben ik?

Wie zijn we echt?

In het dagelijks leven vragen we ons zelden af wie we zijn. Wie we echt zijn, als alle lagen zijn afgepeld. Het is immers vrij duidelijk: ik ben Yukiko. Ik ben een moeder, kunstenaar, schrijver en redacteur, tekendocent (ik geloof dat kunstenares, schrijfster etc. niet meer gangbaar zijn, want eerst was ik dat), dochter, zus, tante, nicht en echtgenote. Vroeger was ik ook nog korporaal. Dat ben ik nu niet meer, maar ik ben nog steeds Yukiko. Althans, ben ik wel definieerbaar als ‘Yukiko’? Want ik ben naamloos geboren. Ik had net zo goed Marijke kunnen heten. Wie ben ik in essentie?

Deze vraag kwam onlangs in een gesprek voorbij, waarbij de ander zich volledig identificeerde met zijn lichaam en rollen. In zekere zin is dat niet vreemd of verkeerd. Onze verschijningsvorm met specifieke eigenschappen en kenmerken is nu eenmaal wat hier rondloopt op aarde. Ik schreef hier al kort over in het blog de ik-illusie, dat overigens meer gaat over het eenheidsbewustzijn. Ik besef heel goed dat veel termen heel ‘zweverig’ overkomen als ik probeer uit te leggen wat we dan wel zijn. Dat schept direct vooroordelen, terwijl ik het eigenlijk heel concreet bedoel. Misschien is het beter uit te leggen aan de hand van een eenvoudig vragen-experiment.

Vraag 1: wie ben ik?

Het lijkt een eenvoudige vraag: wie ben ik? Waarschijnlijk denk je als eerste aan je naam. Dan volgt je geslacht, beroep en andere rollen die je hebt. Misschien kom je ook met wat (karakter-)eigenschappen.

Bijvoorbeeld: Ik ben Bram, man, buschauffeur, vader, opa, broer, oom, zoon. Ik ben rustig van aard, empathisch, handig en ik ben best sportief.

De vraag is of jij dit écht bent, of zijn het beschrijvingen waarmee je jezelf identificeert? Het zijn slechts rollen, die best in de loop der tijd kunnen veranderen. Ben je dan steeds een ander persoon? Misschien verandert je karakter mee in de loop der tijd en voelt een eerdere levensfase als een ‘vorig leven’, maar je bent in essentie nog steeds dezelfde die je was bij de geboorte. Maar als je niet je rollen bent, wat ben je dan?

Vraag 2: ben ik mijn lijf?

Misschien denk je nu dat jij in ieder geval je lichaam bent. Je kijkt naar je handen en naar je evenbeeld in de spiegel en je ziet overduidelijk jezelf. Maar stel, je hand moet geamputeerd worden, ben je dan een stukje minder jij? Behalve het feit dat je je hand niet alleen fysiek maar ook mentaal mist, ben je nog steeds in je diepste wezen dezelfde.

Sterker nog, bijna al je lichaamscellen vernieuwen zich constant. Het is zelfs zo dat je lichaam na 10 jaar voor het overgrote deel niet meer hetzelfde lichaam is als daarvoor. Je bent ook nog steeds dezelfde als je een geslachtsverandering ondergaat of plastische chirurgie krijgt die je gelaatstrekken onherkenbaar maken. Je bent dus niet je naam, je rollen, karakter of je lijf.

Vraag 3: ben ik mijn gedachten?

Ben je dan je gedachten? Nee, want jij maakt je gedachten niet bewust zelf. Ze komen op, als gevolg van hersenactiviteit. Het is niets meer dan een samenwerking tussen neurotransmitters en elektrische impulsen die voortkomen uit neurale interacties. Bovendien kun je je gedachten observeren. Je kunt waarnemen dat je bepaalde gedachten hebt: “Ik had net de gedachte dat ik geen zin heb in mijn werk vandaag.” Er bestaat dus een ‘ik’ die waarneemt. Als je iets kunt waarnemen, ben je dat wat je waarneemt niet zelf. Want zolang je iets kunt observeren, bestaat het buiten jezelf.

Daarnaast kun je volledig zonder gedachten zijn. Zelfs als je niet mediteert, ben je wel eens vrij van gedachten, bijvoorbeeld in het verkeer, tijdens het sporten of tijdens een creatieve flow. Toch ben je er nog steeds; je verdwijnt niet zodra je gedachteloos bent.

Vraag 4: ben ik dan mijn emoties of herinneringen?

Hoe zit het met je emoties of gevoelens, die voelen toch heel eigen? Het klinkt plausibel, want vaak komen gedachten pas na de emotie, emoties zitten dus nog dichter bij de kern. Maar helaas, je bent in de diepste essentie ook niet je emoties, om dezelfde reden dat je niet je gedachten bent. Je kunt immers waarnemen dat je verdrietig of blij bent. Er is een ‘ik’ die de emotie observeert.

Emoties worden soms opgeroepen door herinneringen. Ben je dan je geheugen? Ook dit is niet het geval, want herinneringen zijn veranderlijk en onstabiel, zelfs wanneer je een ijzersterk geheugen hebt. De versie van wat je je vandaag herinnert over een gebeurtenis van gisteren, is alweer net iets anders dan de gebeurtenis zelf. Sterker nog: als je een herinnering oproept, herinner je de laatst opgeroepen versie. Na tien keer terugdenken aan dezelfde gebeurtenis, is het in de kern nog hetzelfde, maar de kleinere details kloppen al niet meer. En ook hier geldt weer: je kunt je herinneringen waarnemen.

De waarnemer

Er is dus steeds een waarnemer van dit alles. Auteur Eckhart Tolle vertelt in zijn boek ‘De kracht van het Nu’ hoe hij op een absoluut dieptepunt zat, overweldigd door angst en depressie. Op een nacht dacht hij: “Ik kan niet meer met mezelf leven.” Spontaan kwam de volgende vraag in hem op: “Als ik niet met mezelf kan leven… wie is dan die ‘ik’ en wie is ‘mezelf’?”

Er zijn volgens Eckhart Tolle twee vormen van ik:

  • De onveranderlijke waarnemer, oftewel: bewustzijn/gewaarzijn, je essentie
  • Het waargenomene dat voortdurend aan verandering onderhevig is: gedachten, emoties, karakter, verhalen, rollen, het ego. Daarbij heb je een fysiek lichaam waarin die gedachten, emoties, de rollen etc. tot uiting komen.

Hoewel bovenstaande eerste punt naar mijn idee redelijk dicht bij je essentie komt, zit er nog één klein struikelpunt. Want ‘een waarnemer’ is nog steeds een object en kan dus op zichzelf ook waargenomen worden.

Wordt vervolgd

Toch laat ik het hierbij voor nu. Mocht je dit interessant vinden, dan kun je in de komende dagen eens letten op het waarnemen. Dat is dus niet hetzelfde als je gedachten, je zult het verschil snel genoeg merken.

In het volgende deel ‘Het bewustzijn‘ deel ik een herkenbaar metafoor en vertel ik nog wat over natuurkundigen die veel onderzoek hebben gedaan naar de rol van de waarnemer. Ook sluit ik in deel II af met een laatste vraag die aan jou overlaat wat we in essentie zijn.

3 reacties op “Wie ben ik”

  1. dhyan schreef:

    Ik vind het weer erg mooi uitgelegd.

  2. Mack schreef:

    Ik ben benieuwd waar dit heen gaat en wat de bedoeling ervan is. Dat je cellen vervangen worden, prima, maar een litteken blijft, dus je moet je litteken zijn. En gedachten en bewustzijn zijn anders? Ik denk met mijn bewustzijn. En als ik niet denk, ben ik mij niks bewust, maar ik neem nog steeds waar met mijn zintuigen. En is het niet zo dat wie je bent afhankelijk is van de fase waarin je zit? En als je ééns gestolen hebt, ben je dan altijd een dief? Is er een verschil tussen twee bewustzijnen? Of zijn we allemaal dezelfde besturingssysteem, alleen in een andere computer? Of als ze vragen wie je bent, kun je dan antwoorden: ik ben een bewustzijn dat bestaat tussen geboorte en dood?

    1. Yukiko schreef:

      Een boel vragen, met een boel antwoorden en vragen aan jou:
      * Dat een litteken blijft, is omdat de celinformatie gelijk blijft. Zo blijft een moedervlekcel ook altijd een moedervlekcel, ook na vernieuwing. De vraag is dan: ben je dat, of heb je dat?

      * Je zegt: “ik denk met mijn bewustzijn”. Je zou het ook zo kunnen bekijken: gedachten komen op, en jij bent je daar bewust van. Kun je een gedachte tegenhouden voordat hij opkomt?

      * Als je niet denkt, ben je vrij van gedachten, maar niet vrij van bewustzijn. Zoals je zelf al zegt, je neemt nog steeds bepaalde sensaties waar. Dat “er zijn” blijft dus, ook zonder denken.

      * De fase waarin je zit definieert je rollen en je verschijningsvorm, maar niet wie je in je diepste wezen bent. Degene die ervaart dat hij steelt en op dat moment een dief is. Als hij zijn leven betert en daarna daklozen gaat helpen heeft hij op dat moment de rol van hulpverlener. Wat verandert is het gedrag en het verhaal, maar het feit dát het ervaren wordt, blijft. Ik ben nu iemand die aan het typen is en haar gedachten omzet in woorden op het scherm, gericht aan jou. Dat ben ik over een minuut of vijf niet meer, dan ben ik waarschijnlijk een koffiezetter met andere gedachten. Mijn rol verandert voortdurend, maar in essentie ben ik nog steeds dezelfde. Zelfs als ik door een trauma een karakterverandering onderga.

      * En die metafoor van je computer is een mooie, ik heb in deel 2 een vergelijkbare metafoor. Ook een bekende is: we zijn allemaal water, maar de verschijningsvorm is steeds anders (woeste golf, rimpeling, rustige golf). Welke metafoor je ook gebruikt, de vraag blijft: wat maakt het mogelijk dat er überhaupt iets ervaren wordt?

      * Als ze vragen wie je bent, stel jij jezelf niet voor als “hai, ik ben bewustzijn”, maar schud je de ander de hand en noem je je naam. In dit lijf en met deze eigenschappen functioneren wij op deze aardkloot. Je verschijningsvorm is nog steeds wat de ander ziet. Het gaat erom wat je in de kern bent.

      Dat gaat inderdaad nog ergens naar toe (het nut om dit te weten, bedoel ik). Vanwege de lengte van de blogs is dat waarschijnlijk in deel 3.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *