Ik denk dus ik ben
Zoals de titel al doet vermoeden, wordt dit wederom een filosofisch lapje tekst. En wel over “Cogito, ergo sum” (Ik denk, dus ik ben). Velen van ons zullen deze alombekende uitspraak van de Franse filosoof René Descartes klakkeloos voor logisch of waar aannemen. Zelfs zonder er over na te denken, wat dan op zich wel weer grappig is.
Als je net als ik gediagnosticeerd bent met een van de ADHD-types, dan weet je vast wel dat het niet eenvoudig is om zonder gedachten te zijn, wat de betekenis van het citaat in feite bevestigt. Je weet echter ook dat als je gedachten een uiting zijn voor wie of wat je bent, je dan waarschijnlijk eerder krankzinnig bent dan gewoon ‘iemand met een vol hoofd’. Gelukkig is dat niet helemaal wat Descartes bedoelde. Hij wilde aantonen dat, zelfs in een wereld waarin alles bedrieglijk kan zijn, er één zekerheid blijft: het feit dat er denken plaatsvindt en er daarmee een wezenlijk ‘ik’ is dat denkt.
Wat zijn gedachten eigenlijk?
Volgens veel filosofen zijn gedachten (meestal) spontane, voorbijgaande patronen van het bewustzijn. Deze uiting van breinactiviteit is vluchtig, veranderlijk en heeft geen vaste vorm die je kunt beetpakken of bewaren. Gedachten verschijnen en verdwijnen zoals een hartslag of ademhaling: helemaal vanzelf.
Wetenschappelijk gezien is de beschrijving van gedachten niet heel anders: het zijn dynamische processen waarin informatie wordt verwerkt tot betekenis. Het is een ingenieuze samenwerking van neuronen, geheugen, waarneming en emoties. Soms verschijnen ze spontaan, soms als reactie op prikkels of eerdere gedachten. De meeste gedachten zijn het resultaat van eerdere ervaringen en reeds opgedane kennis, herinneringen en sociaal-culturele conditionering. Het brein herhaalt patronen en creëert verhalen.
Terug naar Descartes
Hoewel ik de uitspraak van Descartes begrijp, zou ik het anders willen formuleren. Denken gebeurt, dat is een feit. Toch is er niets in jou dat gedachten maakt; ze ontstaan vanzelf vanuit de neurologische werking van het brein. Het bestaan is dus niet afhankelijk van gedachten, ze verschijnen vanuit het bewustzijn.
Ga het maar eens na voor jezelf. Je kunt je eigen gedachten observeren. Er zit dus nog iets ‘boven’ gedachten: de waarnemer. Wanneer je bijvoorbeeld volledig opgaat in je taak (de automatische piloot), of diep in meditatie verzonken bent, ben je vrij van gedachten. Toch ben je er nog steeds. Je hebt denken niet nodig om te zijn. Zo beschouwd had de uitspraak van Descartes beter kunnen zijn: “Ik ben, dus er is denken”, of nog treffender: “Er is bewustzijn, dus er is denken”. Daarmee verschuift de zekerheid van een denkend ego naar een primair bewustzijn.
Wat gedachten met ons doen
Uitgaand van het gegeven dat je niet zelf een gedachtenmaker bent en dat gedachten slechts vluchtig zijn, is het best vreemd dat we zoveel waarde hechten aan onze hersenspinsels. Velen van ons vertrouwen eigen gedachten blindelings. Het is onze raadgever (vermomd als engeltje of duiveltje), angstzaaier, probleemmaker, probleemoplosser, wetenschapper, analist en meer rollen waaraan we onze identiteit ontlenen.
In eerdere blogs heb ik al benadrukt dat onze gedachten de enige oorzaak zijn van ons lijden. Ik weet dat deze uitspraak op verzet stuit. Toch kan ik het niet meer anders zien. Ik ben net als velen aardig gemazeld en gepokt door het leven en toch zie ik dat alle ‘narigheid’ alleen ‘naar’ was in mijn gedachten, feitelijk gezien waren het slechts ‘neutrale gebeurtenissen’.
Om de tere zieltjes van mijn lezers te beschermen, zal ik laten zien wat ik bedoel aan de hand van een onschuldig, maar vast herkenbaar voorbeeld.
Vijftig
Volgende week word ik 50. Als kind dacht ik dat dit een vreselijke mijlpaal zou zijn. Er vanuit gaand dat ik die leeftijd mag halen, dacht ik altijd dat je op je vijftigste nagenoeg zeker op of (ruim) over de helft van je leven bent. Dus alle jaren die erna komen, staan in het teken van aftakeling. Bovendien, zo dacht ik, word je na je 50e iedere dag een beetje meer bewust van het feit dat elke dag je laatste kan zijn. Het leek me deprimerend en een vreselijk vooruitzicht.
Nu ik op de drempel van 50 sta, weet ik dat ik (dankzij een auto-immuunziekte) al zeker 15 jaar eerder begon met aftakelen. Dat is vervelend, vermoeiend en pijnlijk, maar ik neem het voor lief. Er is gelukkig nog heel veel wat ik wél kan. Ik had als kind nooit rekening gehouden met het feit dat mentaal de behoefte aan een wild, avontuurlijk en rijkelijk gevuld bestaan ook geleidelijk aan afneemt.
Het besef van het feit dat iedere dag de laatste kan zijn, is er sinds het overlijden van een paar veel te jonge levens ook al veel langer. Dat zie ik meer als een positieve dan een negatieve gedachte. Het heeft me immers geleerd meer liefde en genegenheid te tonen, niets meer als vanzelfsprekend te beschouwen en meer te genieten van de mooie dingen die het leven te bieden heeft. Kortom: ouder worden maakt het leven rijker en zinvoller.
Je valt niet om zonder gedachten
De ideeën die ik als kind had over ouder worden, staan ver van wat de praktijk heeft gebracht. Geldt dit niet voor het overgrote deel van onze gedachten? Tegelijk besef ik dat zoals ik nu in het leven sta, ook slechts een denkbeeld is die er een waarde aan geeft. Die gedachten worden zo gevormd door externe invloeden enerzijds en anderzijds doordat ik gelukkig niet word geteisterd door een chemische huishouding in mijn brein die een negatieve twist geeft aan mijn gedachten. Je hebt echt geen controle over wat je denkt, ook al denk je misschien van wel.
Het enige wat ons nog rest is om de gedachten niet zo serieus te nemen. Uit ervaring weet ik dat je gedachtestroom vanzelf vertraagt, verdunt en soms zelfs stillegt, als je je hersenwerk met een flinke korrel zout neemt. En wees gerust: in tegenstelling tot wat Descartes beweerde, ben je er ook zonder dat je denkt; en wel in de vorm van bewustzijn.
Leestip:
In hetzelfde thema:

Mooi hoor Yukiko. Wat ben je al diep doorgedrongen in het mysterie van de werkelijkheid.