Herfstige mijmeringen
Leestijd: 7 minuten

Het is september. Voor velen betekent dit vooral dat de zomer voorbij is. Voor mij begint het jaar nu pas echt leuk te worden. Hoewel ik van alle seizoenen hou, is herfst mijn favoriet. Ik hou van decoreren. Vanaf september kleedt mijn halve interieur zich in herfsttooi. De kaarsjes, kussens en vooral pompoenen zijn niet aan te slepen. Terwijl de tuin haar glans verliest, fleur ik de buitenboel nog wat op met potchrysanten, heideplanten en kalebassen in alle soorten en maten.
Hoewel ik veel bewaar, komt er ieder jaar weer prullaria bij. Met plezier geef ik daar mijn ‘halve’ inkomen aan uit. Ik word er echt ontzettend blij van. Gelukkig zelfs. De regen kan met bakken uit de hemel komen, maar ik zit op een oranjerode herfstwolk, gehuld in kaneelnevelen met een sfeervol jazzmuziekje op de achtergrond. De herfst is het enige seizoen dat ik eigenlijk net iets teveel geld uitgeef aan spullen die ik niet nodig heb. Maar ik heb het nooit anders gedaan, ook niet toen ik nog minder te besteden had.
Arme sloeber
Eigenlijk ben ik het grootste deel van mijn leven maar een arme sloeber geweest. Zo lang als ik een eigen spaarrekening heb, is mijn saldo zelden boven de 1500 euro uitgekomen. Op zich is het ook niet zo gek dat ik nooit echt heb kunnen sparen. Ik was een lange periode in mijn leven alleenstaand moeder.
Ik heb altijd wel inkomsten gehad, maar had ook een (groot) gezin om te onderhouden. Inmiddels ben ik al lange tijd niet meer alleenstaand en is het gezin geslonken naar nog één thuiswonend kind. Maar ik ben ZZP-er met een onzeker inkomen. Bovendien werk ik parttime. Mijn eigen inkomsten zijn net genoeg om mijn persoonlijke vaste lasten te dekken en af en toe iets leuks voor mezelf te kopen.
Geen taboe
Sommige mensen vinden geldzaken een privé- en/of taboe-onderwerp. Maar geld heeft voor mij nooit iets betekend. Het misschien (onbewust) een symbool van status, maar ik geef niet om imago. Ik zie geld slechts als een noodzakelijke manier om overeind te blijven en comfortabel mee te draaien in het leven. We hebben immers een leefbaar huis nodig, warme kleding en gezond voedsel. Ik ben blij dat ik genoeg heb om die doelen te behalen, meer verlang ik niet.
Het liefst zou ik teruggaan naar een systeem zonder geld, met ruilmiddelen en wederdiensten. Ik weet dat het onmogelijk haalbaar is in onze huidige maatschappij. Als je bedenkt dat wij dit als mensheid onszelf hebben aangedaan, dan is de uitkomst natuurlijk pure idioterie. En alsof dat niet genoeg is, worden er steeds weer nieuwe regels, wetten, boetes, belastingen en geldsystemen bij bedacht.
We zijn afhankelijk geworden van onze eigen valstrik. Een valstrik die op onze sterfdag niets meer te betekenen heeft. En we nemen het nog voor lief ook. De meesten van ons althans. Zou het taboe op geld daar vandaan komen? Een soort onbewuste schaamte omdat we eigenlijk beseffen dat geld een uit de hand gelopen systeem is? Dat al die cijfertjes in essentie niets voorstellen?
Huisje op de prairie

Terwijl ik tussen de keramieken eikels, vilten pompoenen en kunstzijden herfstbladeren om me heenkijk, besef ik dat het allemaal heus wel minder kan. Eigenlijk heb ik al die decoratie niet nodig om van de herfst te genieten.
Vroeger was er de televisie-serie “Het kleine huis op de prairie”. Een serie gebaseerd op de boeken van Laura Ingalls Wilder die daarin haar eigen jeugd in de Ingalls-familie beschreef. Ik was nog te klein om de serie echt te volgen, maar de beelden die ik zo nu en dan zag, hebben me altijd aangesproken. Het gaat over een gezin dat met weinig middelen en amper geld steeds weer een nieuw bestaan weet op te bouwen. Onlangs zag ik het eerste seizoen van de remake. Ik weet dat het een geromantiseerde weergave is van de werkelijkheid, maar ik werd wederom getroffen door de eenvoud waarin een gezin kan leven en daarin toch gelukkig kan zijn.
Precies genoeg
Eigenlijk wist ik allang dat geld en spullen niet het echte geluk bezorgen. Mijn kinderen hebben me wel eens laten weten dat ze goed wisten dat we het nooit breed hadden, maar dat ze nooit iets tekort zijn gekomen. Ik weet best dat ik als moeder mijn tekortkomingen heb, maar bij die woorden wist ik dat ik in ieder geval iets goed had gedaan.
Ik schreef eerder gekscherend ‘arme sloeber’, maar ik heb makkelijk praten. Ik weet hoe het is om jarenlang de eindjes aan elkaar te knopen en zelfs afhankelijk te zijn van kledingdonaties, voedselpakketten en gulle giften. Het was echt op de grens van armoede, maar toch ben ik nooit met een lege maag naar bed gegaan en heb ik niet op straat hoeven leven. Ik heb altijd gezelligheid om me heen gehad, meestal volwaardige maaltijden, een huis vol meubels en er was zelfs een enkele keer geld voor een dagje uit. Er was (en is) altijd precies genoeg.
Koopziekte
Precies genoeg hebben is wat ik iedereen gun. Nu is het niet zo dat ik dat bewust in stand probeer te houden door zo weinig mogelijk geld te verdienen. Ik vind het immers echt leuk om geld te spenderen aan dingen die me blij maken. Ik besteed mijn inkomsten niet alleen graag aan herfstdecoraties, maar ook aan hobby’s zoals tuinieren, uitjes met de kinderen, creativiteit en lezen. En hoewel ik het liefst tweedehands koop, kost ook dat geld.
Geld besteden aan dingen die me blij maken is leuk, maar ik zie mezelf niet als koopziek. Ik koop niet zomaar alles wat ik wil. Sterker nog, het meeste laat ik voor wat het is: een idee. Want ik geloof ook in de kracht van het ‘niet hebben’. Toch draai ik volledig mee in het systeem van geld ontvangen en weer uitgeven. Misschien is onze hele consumptiemaatschappij wel een vorm van koopziekte, waar we ons voortdurend mee besmetten. Want hoeveel van wat we aanschaffen, hebben we écht nodig?
Geluksstofjes
Koopziekte of niet, iedere keer als ik weer wat van mijn schamele inkomsten opoffer aan het zoveelste plantje, kussentje of geurkaarsje dat ik eigenlijk niet nodig heb, dan besef ik dat ik weer mijn steentje heb bijgedragen aan een systeem dat ik eigenlijk zo bizar vind. Ik weet ook wat er wordt gezegd over kooplust: het zou slechts een paar minuten genot opleveren. Verslavende geluksstofjes die even worden aangemaakt om vervolgens weer werkeloos neer te dwarrelen. Het schijnt zelfs zo te zijn dat wij vooral kopen om ongemak te verdoven.
Ook weet ik dat ik alles wat ik nu aanschaf, niet mee kan nemen in mijn graf. En toch blijf ik het doen waar mogelijk. Want bij de producten die mijn huis bereiken, ervaar ik inderdaad de weldaad van gelukshormonen. En momenten van geluk houden ons overeind in een leven waarin ook genoeg tegenslagen zijn.
Niet kortdurend maar langwerkend
Gelukkig ervaar ik zelf wel een verschil met wat wordt beweerd. Voor mij voelt het decoreren van mijn huis of de aanschaf van een nieuwe tuinplant of tekenmaterialen niet als verdoven, maar als een onderhoudsbeurt met verstrekkende gevolgen. Mezelf blij voelen met iets waar ik zelf voor heb gewerkt, geeft niet alleen voldoening, maar ook een beetje glitter en kleur aan mijn bestaan. Een dergelijk gevoel van geluk is goed voor ons welzijn. Daarnaast houdt in mijn geval het blije gevoel niet op zodra ik de kassarij heb verlaten, maar begint het pas écht bij thuiskomst.
Dat gevoel laait steeds weer op als ik mijn aankoop zie, zelfs na vele jaren. Het is niet het uitgeven van geld wat me blij maakt. Het is het moment waarop ik word geraakt door de schoonheid van een prachtige bos bloemen, door de harmonie van nieuwe kleuren in mijn interieur of de herinnering aan fijne tijden die een kruidige geurkaars met zich meedraagt.
Waarde
Het klinkt een beetje dubbel, ik hecht geen waarde aan geld en bezit, maar koop wel spullen waar ik gelukkig van word. En toch, als ik er goed over nadenk, heeft niets van mijn eigendommen enige waarde. Al dacht ik misschien ooit van wel. Hoe ouder ik word, des te sterker voel ik dat het anders zit.
Hoewel ik steeds weer blijdschap en dankbaarheid ervaar bij sommige aankopen, zou ik ook goed zonder kunnen. Ik maak immers minstens zoveel gelukshormonen aan van kastanjes die ik verzamel, de herfstkleuren aan de bomen of een pompoen die ik zelf heb gezaaid uit gratis zaden.
Niets van wat ik ooit om mij heen heb verzameld, is blijvend. Ik heb zelfs de term ‘emotionele waarde’ nooit echt begrepen. Een voorwerp is maar een klompje moleculen; de emotionele waarde zit in ons geheugen tot het moment dat we het vergeten of er niet meer zijn. Dat geld niet gelukkig maakt weet ik zeker, zoals het bezitten van spullen dat uiteindelijk ook niet doet. Misschien moet ik ook maar naar dat huisje op de prairie verhuizen of op zijn minst in een tiny house gaan wonen. Maar tot die tijd geniet ik van mijn vergaarde eigendommen die glitter en kleur geven aan mijn leven.
